BUITEN KANTOORUREN

'Het uiteindelijke schot is slechts een afgeleide'

Het zijn de vele avonden in de buitenlucht. Volledig afgeschermd van alle dagelijkse beslommeringen, de continu rinkelende mobiele telefoon en de drukte van het verkeer. Het zijn de heerlijke wandelingen door de prachtige, Zuid-Limburgse natuur. Het is het kameraadschap tussen collega-jagers. “Voor de meeste jagers – en zeker mezelf – draait jagen vooral om het kunnen ontspannen”, is de belangrijkste reden van rentmeester en jager Frank Klement om te jagen.

“Het uiteindelijke schot is daar slechts een afgeleide van.”

Het is geen verrassing dat Klement de jacht zo’n warm hart toedraagt. Er zijn dan ook de nodige overeenkomsten tussen het vak van rentmeester en het jagen. Bij beide draait het (onder andere) om behoud en preservatie. Een rentmeester is een vastgoeddeskundige die actief is in de buitengebieden en landgoederen. Dankzij de zorg van rentmeesters blijft het vaak oude, monumentale vastgoed in een goede, beleefbare staat. Jagers zorgen er op hun beurt voor dat de natuur in evenwicht blijft , omdat ze de wildstand op peil houden.


“Via mijn werk kwam ik ooit voor het eerst in aanraking met de jacht”, legt Klement uit. “In de begindagen van mijn vorige bedrijf Eelerwoude, had ik verschillende klanten die hun landgoederen mede voor de jacht bezaten. Wil je daarop een gezonde reeënpopulatie in stand houden, dan moet je daarvoor allerlei maatregelen nemen, zoals de jacht”, zegt Klement. “Mijn klanten waren daar actief mee bezig. Om hen beter te begrijpen, ben ik zelf de jagersopleiding gaan doen. Ik was direct verkocht.”

NOODZAAK

Een hobby wil Klement het niet noemen. Daarvoor ziet hij de jacht te veel als een noodzakelijk goed. “Iedereen kent het voorbeeld van de Oostvaardersplassen”, legt Klement uit. “Daar zijn te veel dieren, met als gevolg te weinig voedsel en dus gaan de beesten dood. Als we in Nederland niets aan beheer doen, dan krijg je allemaal dat soort toestanden. Ook het gevaar dat reeën en zeker wilde varkens voor het verkeer opleveren, zijn een belangrijke reden om te jagen. Als je zo’n varken van een kilo of tachtig voor de auto krijgt, dan voelt het werkelijk alsof je op een betonblok knalt. Dat wil je écht niet. Daarom hebben we in Limburg in principe het beleid dat wilde varkens – die vanuit de Duitse Eiffel hierheen zijn gelopen – allemaal worden afgeschoten. Dit jaar zijn er, geloof ik, al 1500 van die beesten geschoten.”

GEEN AFSCHOT

Begrijp hem niet verkeerd: als jager schiet Klement zeker niet op elk dier dat hij tegenkomt. “De afgelopen weken ben ik vele avonden op pad geweest. We zagen wel reeën, waarop in de nazomer wordt gejaagd, maar het is niet tot een zogenaamd afschot gekomen. Je kan niet alles zomaar afschieten, je moet selectief zijn. Je moet net de goede bok vinden om te schieten. Die tref je zeker niet elke dag. Ook moet je je aan allerlei regels houden. Jagen mag bijvoorbeeld alleen op een gebied van minimaal veertig hectare aaneengesloten grond. Bovendien is het verplicht om in het bezit van een jachtakte te zijn. Daarvoor moet je op de schietbaan oefenen.”

Maar het zijn vooral die avonden buiten, waarvan Klement geniet, zoals steeds meer mensen die het plezier van de jacht hebben ontdekt. “De opleiding tot jager is de laatste jaren enorm in populariteit toegenomen. Jagen is een beetje uit de verdomhoek geraakt. Daar ben ik blij om. De meest uiteenlopende mensen jagen nu: van de postbode tot de CEO van een groot bedrijf. Ook veel boeren. Die mix, van jong en oud, maakt jagen voor mij zo leuk.”

!

LUDO VAN DENDEREN

µ

TIJMEN BALLIEUX